zaterdag, juni 08, 2013

Werkgroep Kierkegaard Verslag Bijeenkomst 26 april 2013.


 
Aanwezig / Present:  Sam Landuyt, Noël Melis, Gisèle Peeters, Paul plompen, Hedwig Van Damme, Rit Van den Berg, , Fientje Van Otten, Chris Vonck.   

Afwezig en verontschuldigd / Absent and  Excused: J.L. Bogaerts,  Lydia Bonte, Jan Gysen, Levi Matuszczak,  Aad Van der Perk, Bavo Van Eesbeek Viviane Van Kampen.

We denken allereerst aan Viviane, ons medelid en thans ziek en opgenomen in het ziekenhuis. We sturen haar een hartelijk kaartje!
We regelen dan praktisch onze trip van de  14de mei naar de herdenking in Brussel van de 200ste verjaardag van Søren Kierkegaard’s geboortedag door de Deense Ambassade in de Deense Kerk.

We vatten de verdere bespreking aan van The Point of View for my Work as an Author: hoofdstuk III: The share divine Governance had in my authorschip (pag. 64 en volgende van de Engelstalige editie).

  1. Er volgen in onze bespreking twee beschrijvingen  van de Weg die Kierkegaard als auteur neemt en beschrijft in dit postuum werk en  hoe we die elk lezen. De eerste is de beschrijving van DE WEG, de wijze waarop hij de auteur werd die hij is, met als één  centraal thema van zijn werk: HOE word ik een Christen? De tweede beschrijft de (filosofische) inhoud (content) van WAT ER, STAP VOOR STAP, te vinden is op die weg. Door de universele betekenis van zijn werk, overstijgt K. inderdaad zijn zeer persoonlijke  religieuze queeste naar  ‘Christianity’ en krijgt  die daardoor een universele betekenis. Of liever, wordt K. als filosoof en mens  voor iedere mens belangrijk, wat ook zijn religieuze belijdenis is of niet is.  Was dat soms het ultieme doel van zijn specifieke missie op aarde? Want (divine) Governance betekent ook meteen dat men een zending had en constant geholpen wordt om die zending te voltrekken. Denk aan Jezus zelf.
-  De methode (de weg, de wijze waarop) die K. gebruikt als auteur en mens om zijn werk te maken tot wat het is. Hij  is daar duidelijk in: het is van meet af aan een eenheid, geschreven door een religieus auteur, waarin zowel de zogenaamde esthetische werken passen, onder pseudoniemen uitgegeven, als de uitgesproken religieuze werken die onder eigen naam verschenen. Dat het bovendien onder ‘Divine Governance’ geschreven werd legt hij precies in dit derde hoofdstuk uit en illustreert het met de ontwikkeling van de ‘Governance’ en zijn reacties er op. De Divine Governance, naar ons beste weten is een begeleiding van op het niveau van de geest: communicatie en informatie van geest tot geest, eventueel van geest tot Heilige Geest. Dit  niveau is herkenbaar als het niveau van de mysticus. Het is een niveau van religieus bewustzijn dan niet om het even wat is en het is dan ook waarschijnlijk niet toevallig dat deze ‘outing’ van K. pas na zijn overlijden gepubliceerd werd.

- De inhoud, filosofisch gezien van zijn werk: verzoening bewerken tussen idealiteit en realiteit. Men begint als ‘estheet’ en daarop treedt een gevoel van falen op en van schuld. Dan gaat men naar de fase van de ethiek en  (universele) normen. Men voegt zich naar de normen, richting idealiteit. Men komt terug tot falen en besef van zondigheid. K. zegt: blijf niet in die illusie! De overgang is de vergeving: verlaten van het subjectieve en de hermeneutische ervaring van de Gave, als de ervaring van eeuwigheid. Van uit de Gave komt men tot de religieuze opgave, die vertrekt van de leegte. K. wil en moet de representativiteit vermijden, want dan komt men terug in de metafysica terecht. Hij wil de leegte open laten. Cf Witgenstein – het zwijgen.  Maar K. kan niet zwijgen. En herbegint van voor af aan: esthetische werken onder de pseudoniemen, gave en opgave. Komt zo in de nabijheid van waar Krisna Murti staat en het Boeddhisme. Op die manier overstijgt K. zichzelf als religieus auteur en wordt universeel aansprekelijk en ook zo gehoord.

2. Daarna glijden we schijnbaar af van ons onderwerp (Kierkegaard en de Governance, als onderdeel van het te bespreken hoofdstuk), weg naar zeer algemene beschrijvingen van de maatschappij en onze kritische, bange verwachtingen er tegenover. De overstap  wordt  begrijpelijker en duidelijk als men beseft dat  een mens twee brandpunten heeft , elk  van waaruit een deelpersoonlijkheid gevormd wordt. De eerste vormt de INDIVIDUALITEIT rond de intimiteit en individuele waardigheid en integriteit, de innerlijkheid, de persoonlijke verantwoordelijkheid, al of niet met daar aanwezige ‘roep’ van de religiositeit;  de tweede vormt zich als SOCIALE PERSOONLIJKHEID of, hoe we met de anderen omgaan en hoe wij hen en zij ons bekijken en waarderen. Maar dan wel in een brede zin, soms zelfs alleen als onderdeel, als medelid van een groep. Deze vorm van persoonlijkheid wordt gevormd van uit ons oeroud kuddebewustzijn/volgen van de leider/sociaal-politiek-economisch bewustzijn en noodzaak. Hier hoort de religiositiet als beliijdenis thuis of als door opvoeding en traditie (overdracht!) aangenomen formulering van onze religiositeit. Het is over deze  sociale deelpersoonlijkheid dat we ons zorgen maken en waarvan we menen dat ze in nood, diepe nood zelfs verkeert…

Next meeting: May, 31th, 4h p.m.

S. Landuyt

Geen opmerkingen: